Bijvoet - Artemisia vulgaris
21 Juli 2010
De bijvoet (Artemisia vulgaris) is een plant uit de composietenfamilie (Asteraceae). Het is een zwak aromatische plant met bladeren die aan de onderzijde witviltig behaard zijn. Bijvoet komt in Nederland algemeen voor, bijvoorbeeld op braakliggend terrein en langs wegen. De plant prefereert een zandhoudende grond. De stengel is 60-120 cm lang en heeft vaak een roodachtige kleur.
De bloem is bruinachtig geel. Het bloemhoofdje is eivormig tot langwerpig en bevat geen lintbloemen. De hoofdjes vormen samen een pluim, die van juli tot september in bloei staat. De onderste bladeren zijn gesteeld en veerdelig. De bovenste zijn enkel- of dubbelveerdelig en stengelomvattend. Er zijn lancetvormige slippen aanwezig. De bijvoet draagt een nootje van ongeveer 1 mm lang.
De Romeinen legden de plant in hun schoeisel tegen vermoeidheid en pijn. De Mongoliërs die vroeger in Midden-Mongolië, geteisterd werden door wolken Mongoolse grote muggen (ter grootte van kleine garnaaltjes) zetten de Mongoolse Bijvoetplant (met zijn typische blauwachtige, harige sappige bladeren) in om de muggen te verjagen op de Mongoolse vochtige graasvelden. Ze hadden bemerkt dat wolven de planten vertrappelden ten tijde van muggenplagen, zich vervolgens wentelden in de bladeren, om aldus hun vacht te vrijwaren van muggen. De plant bezit een natuurlijk aroma dat muggen verjaagt. Veehoeders en boeren uit de joerten oogstten de bladeren uit streken rijk aan bijvoet. Men legde de bijvoet in potten of op schalen, bovenop veunzende gedroogde paardenmest. De sterke witte rookontwikkeling die hierdoor ontstond, dreef vanuit en omheen de talrijke joerten af over de graaslanden. Aldus verdreven ze de muggen die anders als gele dekens de paarden, schapen, honden, mens én dier bedolven!
Bijvoetpollen komen vooral voor in augustus en september en veroorzaken bij mensen die daar allergisch voor zijn hooikoortsachtige klachten. Een allergie voor bijvoetpollen gaat vaak samen met een allergie voor selderij, peterselie, wortel, venkel, komijn, dille, paprika en anijs. (kruisallergieën). (Bron Wikipedia)
Voor een uitgebreide beschrijving kijk ook op Wilde planten
De bloem is bruinachtig geel. Het bloemhoofdje is eivormig tot langwerpig en bevat geen lintbloemen. De hoofdjes vormen samen een pluim, die van juli tot september in bloei staat. De onderste bladeren zijn gesteeld en veerdelig. De bovenste zijn enkel- of dubbelveerdelig en stengelomvattend. Er zijn lancetvormige slippen aanwezig. De bijvoet draagt een nootje van ongeveer 1 mm lang.
De Romeinen legden de plant in hun schoeisel tegen vermoeidheid en pijn. De Mongoliërs die vroeger in Midden-Mongolië, geteisterd werden door wolken Mongoolse grote muggen (ter grootte van kleine garnaaltjes) zetten de Mongoolse Bijvoetplant (met zijn typische blauwachtige, harige sappige bladeren) in om de muggen te verjagen op de Mongoolse vochtige graasvelden. Ze hadden bemerkt dat wolven de planten vertrappelden ten tijde van muggenplagen, zich vervolgens wentelden in de bladeren, om aldus hun vacht te vrijwaren van muggen. De plant bezit een natuurlijk aroma dat muggen verjaagt. Veehoeders en boeren uit de joerten oogstten de bladeren uit streken rijk aan bijvoet. Men legde de bijvoet in potten of op schalen, bovenop veunzende gedroogde paardenmest. De sterke witte rookontwikkeling die hierdoor ontstond, dreef vanuit en omheen de talrijke joerten af over de graaslanden. Aldus verdreven ze de muggen die anders als gele dekens de paarden, schapen, honden, mens én dier bedolven!
Bijvoetpollen komen vooral voor in augustus en september en veroorzaken bij mensen die daar allergisch voor zijn hooikoortsachtige klachten. Een allergie voor bijvoetpollen gaat vaak samen met een allergie voor selderij, peterselie, wortel, venkel, komijn, dille, paprika en anijs. (kruisallergieën). (Bron Wikipedia)
Voor een uitgebreide beschrijving kijk ook op Wilde planten
Voor de archiefbeelden van 2009 klikt u hier , voor 2008 klikt u hier en voor die van 2007 klikt u hier!

