Carl Julius Fritzsche


Tab. I

  • Fig. 1. Een op openspringen staande helmknop van een algensoort (Chara lomenlosa L.)
  • Fig. 2. Een op openspringen staande helmknop van een algensoort (Chara syncarpa).
  • Fig. 3. Een helmknop van dezelfde soort in een heel jong stadium.
  • Fig. 4. Dezelfde helmknop, maar dan in een iets later stadium, waar de eerste stap naar de vorming van de driehoeken heeft plaatsgevonden.
  • Fig. 5. Dezelfde helmknop, nog iets verder ontwikkeld, waar een vertroebeling van de celinhoud heeft plaatsgevonden.
  • Fig. 6. Een nog later stadium waarin de vorming van de glashuid al heeft plaatsgevonden.
  • Fig. 7. Een nog verder ontwikkelde toestand, waar de vorming van de driehoeken is begonnen.
  • Fig. 8. Een jonge helmknop met al duidelijk herkenbare binnenste delen.
  • Fig. 9. Een schutblad van de plant.
  • Fig. 10. Het einde van een vertakking van de mannelijke meeldraad, met de gekartelde krans die de basis van de helmknop vormt.

Tab. II

  • Fig. 1. Bovenaanzicht van een opengesprongen helmknop van Chara syncarpa.
  • Fig. 2. Onderaanzicht van dezelfde helmknop
  • Fig. 3. Een geschetste driehoek van dezelfde helmknop.
  • Fig. 4. De opengesprongen helmknop na wegname van de grootste gedeelte van de pollendraden; Opvallend is vooral de krans aan de basis en het flesvormige orgaan dat er bovenop zit.
  • Fig. 5. Het flesvormige orgaan, als een gesloten cel.
  • Fig. 6. Eén van de buiscellen die van het centrum van de helmknop naar het midden van de driehoeken gaan, waarvan het uiteinde is omgeven door delicate stekels.
  • Fig. 7. Eén zo’n buis in een jonge stadium, met de jonge stuifmeeldraden die erop zitten.
  • Fig. 8. Eén zo’n buis met volgroeide stuifmeeldraden, net voordat de helmknop open gaat springen.
  • Fig. 9. Een jonge stuifmeeldraad van Fig.7. sterk uitvergroot, gekleurd met jodiumoplossing.
  • Fig. 10. Een stukje van de stuifmeeldraad van Fig 8. , sterk uitvergroot, gekleurd met jodiumoplossing.
  • Fig. 11. Een stukje van een stuifmeeldraad van een opengesprongen helmknop, met de deels uitstekende spiraaldraden.

Tab: III.

  • Fig. 1 . De inhoud van een vak van de helmknop van Groot zeegras (Zostera marina).
  • Fig. 2. Een stukje van een stuifmeeldraad van Groot zeegras, verder uitvergroot.
  • Fig. 3. Een stukje van een vrij lege stuifmeeldraad van Groot zeegras.
  • Fig. 4. Een stukje van de stuifmeeldraad met een vertakking.
  • Fig. 5. Een stuifmeelkorrel van Groot nimfkruid (Najas marina) na behandeling met jodiumoplossing, die de stuifmeelkorrels blauw en de celkern bruinachtig maakt.
  • Fig. 6. Een stuifmeelkorrel van Jeneverbes (Juniperus Virginiana), behandeld met jodiumoplossing.
  • Fig. 7. Een met jodiumoplossing behandelde droge stuifmeelkorrel van dezelfde plant, na verwijdering van de exine.
  • Fig. 8. Een stuifmeelkorrel van Grove den (Pinus sylvesteris) liggend in citroenolie, gezien vanaf de brede kant.
  • Fig. 9. Hetzelfde als Fig 8. gezien van de smallere zijde
  • Fig. 10. Hetzelfde na behandeling met jodium nadat de exine is verwijderd.
  • Fig. 11. De geleegde binnenhuid van een stuifmeelkorrel van de Parasolden (Pinus picea) van bovenaf gezien.
  • Fig. 12. Een stuifmeelkorrel van Lariks (Larix europaea ) gekleurd door jodium na verwijdering van de exine.
  • Fig. 13. De exine van Fig. 12.
  • Fig. 14. Een stuifmeelkorrel van Lariks, opgesprongen door waterdruk, waardoor de kern intact blijft.
  • Fig. 15. De geleegde stuifmeelkorrel van Lariks na behandeling met verdund zuur, waardoor het mogelijk is om de twee binnenste wanden te isoleren.

Tab IV.

  • Fig. 1. Een stuifmeelkorrel van Thunbergia alata ( “Suzanne met de mooie ogen”)  liggend in olie.
  • Fig. 2. Een stuifmeelkorrel van Thunbergia Fragrans.
  • Fig. 3. Een stuifmeelkorrel van Martynia proboscidea.
  • Fig. 4. Een stuifmeelkorrel van de Trompetboom (Catalpa syringaefolia).
  • Fig. 5. Een droge stuifmeelkorrel van de Dagbloem (Commelina coelestis).
  • Fig. 6. Dezelfde stuifmeelkorrel na behandeling met verdund zuur.
  • Fig. 7. Een stuifmeelkorrel van Anona tripetala.
  • Fig. 8. Een stuifmeelkorrel van Phyllidrum lanuginosum.
  • Fig. 9. Een stuifmeelkorrel van een Passiebloem (Passiflora suberosa) van bovenaf gezien na behandeling met zwavelzuur.
  • Fig. 10. Een stuifmeelkorrel van een Passiebloem (Passiflora incarnata).
  • Fig. 11. Een stuifmeelkorrel van  een Passiebloem van bovenaf gezien na behandeling met zwavelzuur
  • Fig. 12. Een deksel van een stuifmeelkorrel van een Passiebloem (Passiflora stipulata).
  • Fig. 13. Een stuifmeelkorrel van Passiflora rubra en Vespertilio van bovenaf gezien na behandeling met zwavelzuur.
  • Fig. 14. Een stuifmeelkorrel van Passiflora minima van de zijkant gezien
  • Fig. 15. Een stuifmeelkorrel van Passiflora lunata gezien van bovenaf na behandeling met zwavelzuur.
  • Fig. 16. Een stuifmeelkorrel van Passiflora lutea gezien van de zijkant gezien, liggend in olie.

Tabel. V.

  • Fig. 1. Een stuifmeelkorrel van “Mannentrouw” (Plumbago capensis), in olie, vanaf de zijkant gezien.
  • Fig. 2. Een stuifmeelkorrel van dezelfde plant, opengesprongen door behandeling met water, van bovenaf gezien.
  • Fig. 3. Een stuifmeelkorrel van een Kruisdistel (Eryngium), in olie, gezien vanaf de zijkant.
  • Fig. 4. Dezelfde soort, gezien van bovenaf.
  • Fig. 5. Een droge stuifmeelkorrel van Metrodorea nigra, van de zijkant gezien.
  • Fig. 6. Een stuifmeelkorrel van een Nachtschade-achtige (Solanum decurrens) liggend in olie, gezien vanaf de zijkant.
  • Fig. 7. Een stuifmeelkorrel van de Blauwe kantbloem (Didiscus coeruleus), liggend in olie, gezien vanaf de zijkant
  • Fig. 8. Een droge stuifmeelkorrel van Ruellia anisophylla van de zijkant gezien.
  • Fig. 9. Een droge stuifmeelkorrel van de Pequiboom (Caryocar brasiliense) van de zijkant gezien.
  • Fig. 10. Dezelfde soort, gezien van bovenaf.
  • Fig. 11. Een droge stuifmeelkorrel van een Luciferplantje (Cuphea lanceolata), van bovenaf gezien.
  • Fig. 12. Dezelfde korrel, gezien vanaf de zijkant.
  • Fig. 13. Een droge stuifmeelkorrel van een Linde (Tilia parvifolia).
  • Fig. 14. Dezelfde soort, maar dan in olie
  • Fig. 15. Een stuifmeelkorrel van een Lampenpoetser (Callistemon lanceolatum), in olie.
  • Fig. 16. Een stuifmeelkorrel van een Distel-achtige (Morina persica), in olie.

Tab. VI

  • Fig. 1. Een droge stuifmeelkorrel van de Grote vossenstaart (Alopecurus pratensis), van de zijkant gezien.
  • Fig. 2. Een, door waterdruk, geleegde stuifmeelkorrel van de Vroege zegge (Carex praecox).
  • Fig. 3. Een droge stuifmeelkorrel van een Kogelamarant (Gomphrena globosa).
  • Fig. 4. Dezelfde soort, in olie.
  • Fig. 5. Een stuifmeelkorrel van een Helmbloem (Corydalis formosa), in olie.
  • Fig. 6. Een stuifmeelkorrel van Klimspinazie (Basella alba), in olie.
  • Fig. 7. Een met  zwavelzuur behandelde stuifmeelkorrel van Klimspinazie, op zijn kant liggend.
  • Fig. 8. Een stuifmeelkorrel van dezelfde soort na behandeling met zwavelzuur.
  • Fig. 9. Een stuifmeelkorrel van Talinum patens, in olie
  • Fig. 10. Een droge stuifmeelkorrel van Lechenaultia formosa.
  • Fig. 11. Een stuifmeelkorrel van Duivenkervel (Fumaria alexandrina) liggend in water.
  • Fig. 12. Een stuifmeelkorrel van Justicia na behandeling met zwavelzuur van bovenaf gezien.
  • Fig. 13. Een stuifmeelkorrel van een Kamperfoelie-achtige (Scabiosa elegans), in olie.
  • Fig. 14. Een pollenmassa van Inga anomala.

Tab VII.

  • Fig. 1. Een droge stuifmeelkorrel van een Vlambloem-achtige (Collomia grandiflora) gezien van bovenaf.
  • Fig. 2. Dezelfde soort, gezien vanaf de zijkant.
  • Fig. 3. Een stuifmeelkorrel van een Vlambloem-achtige (Gilia tricolor).
  • Fig. 4. Een stuifmeelkorrel van een Jacobsladder (Polemonium coeruleum).
  • Fig. 5. Een met water bevochtigde stuifmeelkorrel van een Sterblad-achtige (Oxyanthus speciosus).
  • Fig. 6. Een stuifmeelkorrel van Wolfsmelk (Jatropha panduraefolia), liggend in olie.
  • Fig. 7. Een stuifmeelkorrel van een Acanthus-achtige (Ruellia formosa), liggend in olie.
  • Fig. 8. Een stuifmeelkorrel van Eranthemum strictum, in olie liggend.
  • Fig. 9. Een stuifmeelkorrel van een Bosooievaarsbek (Geranium sylvaticum), in jodiumwater liggend, van bovenaf gezien, met tussenlichamen die door de openingen naar buiten worden geduwd, blauw gekleurd door het jodium.

Tab. VIII

  • Fig. 1. Een droge stuifmeelkorrel van Beloperone oblongata vanaf de kant met de opening gezien.
  • Fig. 2. Dezelfde soort, na de behandeling met zwavelzuur.
  • Fig. 3. Dezelfde soort, na behandeling met zwavelzuur, gezien vanaf de smallere kant.
  • Fig. 4. Een stuifmeelkorrel van een Madonnalelie (Lilium candidum) liggend in water gezien vanaf de zijkant.
  • Fig. 5. Een droge stuifmeelkorrel van een Geranium (Pelargonium) gezien vanaf de zijkant.
  • Fig. 6. Dezelfde soort, in olie, gezien vanaf de andere kant.
  • Fig. 7. Een stuifmeelkorrel van een Narcis (Pancratium) bevochtigd met water
  • Fig. 8. Een stuifmeelkorrel van Barleria longifolia, liggend in water, gezien van bovenaf.
  • Fig. 9. Een stuifmeelkorrel van Engels gras (Armeria vulgaris) na behandeling met zwavelzuur, gezien van bovenaf.

Tab. IX

  • Fig. 1. Een stuifmeelkorrel van een Sierpompoen (Cucurbita Pepo).
  • Fig. 2. Een stuifmeelkorrel van een Roze kogelboom (Astrapaea penduliflora) gezien vanaf de zijkant.
  • Fig. 3. Een droge stuifmeelkorrel van een Kaasjeskruid-achtige (Sida abutilon) gezien van bovenaf.
  • Fig. 4. Dezelfde soort, na behandeling met water, gezien vanaf de zijkant
  • Fig. 5. Een steriele stuifmeelkorrel van een Chinese roos (Hibiscus Rosa sinensis).
  • Fig. 6. Een stuifmeelkorrel van een Stokroos (Alcea rosea) na behandeling met zwavelzuur

Tab. X.

  • Fig. 1. Een stuifmeelkorrel van een Schorseneer-achtige (Scorzonera pratensis) na behandeling met zwavelzuur van bovenaf gezien.
  • Fig. 2. Dezelfde soort, in olie liggend, vanaf de zijkant gezien.
  • Fig. 3. Een stuifmeelkorrel van een Morgenster (Tragopogon), in olie liggend, van bovenaf gezien.
  • Fig. 4. Dezelfde soort, gezien vanaf de zijkant na behandeling met zwavelzuur.
  • Fig. 5. Een stuifmeelkorrel van een Distel-achtige (Scolymus grandiflorus) na behandeling met zwavelzuur, van bovenaf gezien.
  • Fig. 6. Dezelfde soort, gezien vanaf de zijkant in olie.
  • Fig. 7. Een droge stuifmeelkorrel van de Bonte ganzenbloem (Chysanthemum carinatum) gezien vanaf de zijkant.
  • Fig. 8. Een droge stuifmeelkorrel van een Goudsbloem-achtige (Calendula pluvialis), van de zijkant gezien.
  • Fig. 9. Een stuifmeelkorrel van de Bonte ganzenbloem (Chrysanthemum carinalum) na behandeling met zwavelzuur, van bovenaf gezien.

Tab. XI

  • Fig. 1. Een half lege stuifmeelkorrel van een Tijgerbloem (Trigridia Pavonia), liggend in water, van bovenaf gezien.
  • Fig. 2. Een stuifmeelkorrel van een Veenwortel (Polygonum amphivium), na behandeling met zwavelzuur.
  • Fig. 3. Een stuifmeelkorrel van een Vlambloem-achtige (Phlox undulata), na behandeling met zwavelzuur.
  • Fig. 4. Een stuifmeelkorrel van een Nachtschone (Mirabilis Jalappa) die in olie ligt.
  • Fig. 5. Een stuifmeelkorrel van een Blauwe winde (Ipomoea purpurea) die in olie ligt.
  • Fig. 6. Een stuifmeelkorrel van een Klokwinde (Cobaea scandens) die in olie ligt

Tab. XII.

  • Fig. 1. Een droge stuifmeelkorrel van een Moerasbloem (Limnanthes Douglasii), vanaf de zijkant gezien.
  • Fig. 2. Dezelfde soort, gezien van bovenaf.
  • Fig. 3. Dezelfde soort, na behandeling met water.
  • Fig. 4. Een stuifmeelkorrel in water van een Snavelruppia (Ruppia maritima), gezien vanaf de zijkant.
  • Fig. 5. De omtrek van dezelfde korrel, van bovenaf gezien.
  • Fig. 6. Een stuifmeelkorrel van een Oleander (Nerium splendens), liggend in water.
  • Fig. 7. De huid van een stuifmeelkorrel van Geissomeria longiflora, na behandeling met zwavelzuur.
  • Fig. 8. Een steriele stuifmeelkorrel van Encharidium concinnum die in olie ligt.
  • Fig. 9. Een steriele stuifmeelkorrel van een Teunisbloem (Oenothera), liggend in olie.
  • Fig. 10. Een fertiele stuifmeelkorrel van een Teunisbloem (Oenothera mollis) , in water, vrij leeg.
  • Fig. 11. Een droge stuifmeelkorrel van een Teunisbloem (Oenothera grandiflora),
  • Fig. 12. Een droge steriele stuifmeelkorrel van Lopezia coronata.
  • Fig. 13. Een droge stuifmeelkorrel van een Amandelroosje (Clarkia elegans).
  • Fig. 14. Een vrij lege stuifmeelkorrel van Clarkia elegans, in water gedrukt.
  • Fig. 15. De twee binnenste huiden van een stuifmeelkorrel van een Zijdeplant (Asclepias syrianca), met een slang gevormd uit de intine, liggend in jodiumwater.
  • Fig. 16. De door jodiumgekleurde huid van het stuifmeel van een Zijdeplant

Tab. XIII.

  • Fig. 1. Een stukje van de scheidingswand van de stuifmeelkorrel van een Kranswier (Chara tomentosa L.) zeer sterk vergroot.
  • Fig. 2. Een stekel van het stuifmeel van Kaasjeskruid-achtige (Lavatera trimestris), na behandeling met  zwavelzuur.
  • Fig. 3. Een stekel van het stuifmeel van een Kaasjeskruid-achtige (Lavatera triloba)
  • Fig. 4. Een doorsnede van de huid van dezelfde stuifmeelkorrel na behandeling met zwavelzuur.
  • Fig. 5. Een stukje met zwavelzuur behandeld exine van dezelfde stuifmeelkorrel.
  • Fig. 6. Een doorsnede van met zwavelzuur behandeld exine van Kaasjeskruid-achtige (Pentapetes phoenicea).
  • Fig. 7. Een stukje met zwavelzuur behandelde exine van dezelfde stuifmeelkorrel van bovenaf gezien.
  • Fig. 8. Een doorsnede van de exine van een Hibiscus (Hibiscus militaris).
  • Fig. 9. Stekels van een steriele stuifmeelkorrel van een Chinese roos (Hibiscus Rosa sinensis).
  • Fig. 10. Een dwarsdoorsnede van een stekel van Schorseneer-achtige (Scorzonera pratensis), met zwavelzuur behandeld.
  • Fig. 11. Twee hoekstekels van het stuifmeel van de Blauwe winde (Ipomaea purpurea) , in verschillende posities.
  • Fig. 12. Een stukje van de celwand van een stuifmeelkorrel van Ruellia formosa.
  • Fig. 13. Een stukje van de celwand van een stuifmeelkorrel van Eranthemum strictum.
  • Fig. 14. Een stukje van de exine van het stuifmeel van Thunbergia fragrans, na behandeling met  zwavelzuur.
  • Fig. 15. Eenzelfde stukje, gezien van bovenaf.
  • Fig. 16. Een stukje van de exine van Beloperone oblongata, na behandeling met zwavelzuur, van bovenaf gezien.
  • Fig. 17. Een kleiner stukje gezien vanaf de zijkant.
  • Fig. 18. Een stukje van het stuifmeel van Engels gras (Armeria vulgaris), de behandeling met zwavelzuur, gezien vanaf de zijkant.
  • Fig. 19. Een stukje van de exine van stuifmeel van een Klokwinde (Cobaea scandens).
  • Fig. 20. Een achthoekig veld met de omliggende delen van de exine van het stuifmeel een Klokwinde.
  • Fig. 21. Verschillende kleine stroken van de exine van het stuifmeel van een Bosooievaarsbek (Geranium sylvaticum), na behandeling met zwavelzuur, gezien vanaf de zijkant.
  • Fig. 22. Een tussenlichaam van Astrapaea pendulifolia , met jodium gekleurd, van bovenaf gezien.
  • Fig. 23. Hetzelfde gezien vanaf de zijkant.
  • Fig. 24. Een stukje van de van intine van een Hibiscus (Hibiscus pratensis)
  • Fig. 25. Twee op elkaar liggende stukjes van een stuifmeelkorrel van Duifkruid (Scabiosa pubescens), gezien vanaf de zijkant, van het stuifmeel van de gedroogde plant, gekleurd door jodium oplossing.
  • Fig. 26 en 27. Twee stukjes van een binnenhuid van stuifmeel van een Oleander (Nerium splendens).
  • Fig. 28. Een doorsnede van Fig. 27.
  • Fig. 29. De intine van Oxydanthus speciosus waar de tussenlichamen nog aan verbonden zijn.
  • Fig. 30. Twee tussenlichamen van stuifmeel van een Stokroos (Alcea rosea) gezien vanaf de zijkant, met  een stukje van de intine.
  • Fig. 31. Een stuk van de huid van het stuifmeel een Stokroos, exine in verschillende lagen.
  • Fig. 32. De geleegde intine van Ruellia formosa met tussenlichamen, geprepareerd uit gedroogd stuifmeel.

Een voorbeeld van een 19e eeuwse microscoop waarmee Carl Julius Fritzsche het pollen bestudeerde.



bron afbeeldingen: https://commons.wikimedia.org/wiki/Category:Ueber_den_Pollen

afbeelding microscoop: Pixabay.

Het hele boek "Ueber den Pollen" is in de biodiversitylibrary te vinden.