Het najaar is inmiddels echt begonnen en de meeste loofbomen maken zich langzaam op voor hun welverdiende winterrust. Voor veel hooikoortslijders is deze periode een verademing; de grassen zijn uitgebloeid en de berkenpollenwolk is allang voorbij. Toch kunnen sommige mensen ook nu nog last hebben van hooikoortsachtige klachten. Dat is dan vaak de schuld van een herfstcocktail aan allergenen, maar lokaal kan er ook een heel andere, statige boom dwarsliggen: de Ceder (Cedrus). Deze prachtige, groenblijvende naaldboom is door zijn unieke fysiologie een vreemde eend in de bijt in de naaldboomfamilie.

Wat maakt de Ceder zo bijzonder voor hooikoortslijders?

Waar dennen en sparren in het late voorjaar bloeien, kiest de ceder juist het najaar uit om zijn stuifmeel of pollen aan de lucht af te geven. Tijdens een droge, zonnige herfstdag in september of oktober kunnen deze bomen lokaal enorme hoeveelheden geelkleurig pollen verspreiden. Het pollen is matig allergeen, wat betekent dat het over het algemeen minder heftige reacties oproept dan bijvoorbeeld berkenpollen. Maar als je er gevoelig voor bent, kun je er lokaal toch flink last van hebben.

Voor onze imkers is die herfstbloei overigens een prettig bericht! Mocht het op een zonnige herfstdag nog warm genoeg zijn voor de bijen om uit te vliegen, dan kunnen zij zich nog te goed doen aan dit overvloedige stuifmeel.

Dennen, sparren en ceders: de pollenpiek 

  • Onze inheemse Grove den (Pinus sylvestris) en de sparren (Abies) bloeien in mei en juni. Ze produceren dan zoveel stuifmeel dat auto’s, stoepen en tuintafels bedekt raken met die bekende, dikke gele 'stuifmeeldekens'.
  • De Ceder doet het heel anders. Zijn bloeipiek vormt een eenzame, scherpe piek op de grafiek in het najaar, wanneer de rest van de bomen al lang en breed klaar is. In september en oktober moet je dus echt rekening houden met cederpollen in de lucht.

Waar komen we de Ceder tegen?

Van nature hoort de ceder thuis in warmere, mediterrane en bergachtige streken. In Nederland en België komt hij dan ook niet in het wild voor, maar we hebben hem door de eeuwen heen wel massaal aangeplant als monumentale boom in parken, grote tuinen en heel vaak op begraafplaatsen of bij oude kerken en kloosters.

(afbeelding: Gemini AI)

Dat het aanplanten van exoten grote gevolgen kan hebben voor de volksgezondheid, zien we bijvoorbeeld in Japan. Daar zijn na de Tweede Wereldoorlog gigantische hoeveelheden ceders aangeplant voor de houtbouw. Het resultaat? Een enorme stijging in het aantal mensen met een zware cederpollenallergie. Het laat maar weer zien dat we bij het inrichten van ons stedelijk groen verstandig te werk moeten gaan.

De bloeiwijze: opstaande kaarsjes in de herfst

De bloei van de ceder is in de herfst een prachtig gezicht. Aan de takken ontwikkelen zich opvallende mannelijke kegeltjes die wel 6 centimeter lang kunnen worden. Naarmate ze rijpen, zwellen ze op en breken ze open om hun geelgekleurde stuifmeel aan de wind mee te geven. De vrouwelijke kegels staan als grote, stevige tonnetjes rechtop op de takken. In tegenstelling tot dennenappels vallen deze kegels pas op de boom zelf uit elkaar als ze helemaal rijp zijn.

(afbeelding: Flora van Nederland)

Zweven op ingebouwde luchtzakken

Onder de microscoop zie je direct waarom het cederpollen zo makkelijk verspreid wordt. Net als het stuifmeel van dennen en sparren heeft het cederpollen twee opvallende luchtzakken. Deze luchtzakken werken als een soort ingebouwde zweefblaasjes of vleugels. Hierdoor krijgt het pollen een enorm zweefvermogen. Als de wind eronder komt, kan dit stuifmeel moeiteloos honderden tot zelfs duizenden kilometers door de atmosfeer reizen.

Het pollen in 3D: een technisch vernuft

De pollenkorrels van de Libanonceder zijn 0.065 bij 0.07 millimeter groot en hebben om door de wind te kunnen worden verspreid twee grote luchtzakken die bij droge korrels helemaal naar binnen gevouwen kunnen zijn. De pollenkorrrels zien er dan helemaal rond uit en hebben een diameter van 0.05 millimeter. De pollenkorrels lijken veel op die van andere Denachtigen. De kiemopening tussen de twee luchtzakken kun je moeilijk zien. De kleur van het pollen is geel. Het bovenstaande model is ingedroogd en daardoor ingedeukt, als ze in de lucht zweven zijn ze "gehydrateerd" en boller van vorm. De 3D modellen zijn gemaakt door Oliver Wilson in het kader van het 3D Pollen Project.

  • De twee grote ballonvormige luchtzakken vallen direct op en laten zien hoe de windbestuiving werkt.
  • Ook zie je hoe de korrel reageert als het droog wordt: bij uitdroging klapt de korrel gedeeltelijk in en wordt deze rimpelig. Dit is een slimme bescherming van de natuur om de interne celkern te beschermen.

Het pollen van Ceder is matig allergeen

Allergische klachten

Als het cederpollen eenmaal vliegt op een droge, winderige herfstdag, krijgen gevoelige mensen last van de bekende klachten: tranende ogen, niesbuien, een loopneus en een vermoeid gevoel.

(afbeelding: Flora van Nederland)

Waar bloeien de ceders nu echt?

Omdat de ceder in onze streken lokaal is aangeplant, hebben we er geen landelijk SILAM-verwachtingskaartje van zoals bij grassen of berken. De pollendruk is dus heel erg afhankelijk van de bomen bij jou in de buurt. Voor grootschalige, natuurlijke cederbossen moeten we op Europese verspreidingskaarten kijken naar de bergen rond de Middellandse Zee.


Hoe herken je de Ceder in de natuur?

Wil je zelf eens op zoek gaan naar de ceder? Je herkent hem direct aan deze drie duidelijke kenmerken:

  • Statige, horizontale takken: De boom groeit heel monumentaal met brede takken die in opvallende, vlakke etages boven elkaar liggen.
  • Naalden in toeven: De groen-grijze naalden staan niet verspreid, maar in borstelige, dichte toeven (kransen) op de korte loten van de twijgen.
  • Opstaande kegels: De grote, tonvormige kegels staan als stevige kaarsjes rechtop op de takken. Dit is heel anders dan bij dennen of sparren, waarvan de kegels vaak naar beneden hangen.

In onderstaande video legt Maurice Martens (Flora van Nederland) uit hoe je een Atlasceder kunt herkennen:

Ter vergelijking, zo herken je de Grove den:

Tot zover..